Tuurlijk.
Of je dan misschien iets wil doen met de vertelkoffier. Een interactief verhaaltje zoeken ofzo.
Zoeken? Das mij te veel werk.
Ik schrijf er zelf wel één.
Voila.
De
dag dat kabouter Druipneus zijn muts kwijt was.
Op
een dag, in het betoverde bos, werd kabouter Druipneus ergens wakker
van.
Kabouter
druipneus heet kabouter druipneus omdat hij altijd verkouden is.
Behalve
wanneer hij niet verkouden is.
Maar
goed, kabouter Druipneus werd dus ergens wakker van.
Verbaasd
ging hij rechtop in zijn bed zitten.
“Grutjes!
Waar werd ik nou toch wakker van?” Riep hij.
Kabouter
Druipneus wist het niet.
Wat
hij wel wist was dat het een raar geluid was.
Het
klonk als iets dat leek op 'WHOEEEEEH' of misschien wel als
'WOEESSJJJ'.
Kabouter
Druipneus besloot uit bed te gaan om te kijken of hij kon ontdekken
waar het geluid vandaan kwam.
Hij
rekte zich uit, stapte uit bed, deed zijn kabouterkleren aan en zette
zijn kaboutermuts op.
En
toen gebeurde het......
Kabouter
Druipneus deed de deur van zijn paddenstoel open, hoorde een hele
harde 'WHOOOOOEEEEESSSSSSJJJJJ!'
en
toen...
Vloog
ineens zijn muts van zijn hoofd!
Kabouter
Druipneus keek verbaasd om zich heen.
Overal
dwarrelden gekleurde bladeren en de toppen van de bomen gingen heen
en weer en heen en weer.
Wat
was er toch aan de hand?
“Grutjes!”,
riep kabouter Druipneus, “nu weet ik het!
Het
is vandaag herfst geworden!
Maar
nu ben ik mijn muts kwijt!” Jammerde hij.
“Wat
moet ik nu doen?”
Kabouter
Druipneus dacht lang en diep na en besloot toen dat hij zijn muts
maar ging zoeken.
Hij
deed zijn warme jas aan en zijn regenlaarzen en ging op pad.
“Brr,
mijn hoofd is koud, ik hoop maar dat ik mijn muts snel terug vind”,
Dacht hij.
Kabouter
Druipneus liep, en liep, en liep......
Ineens
zag hij onder een hoopje bladeren iets bewegen....
“Hallo,
wie is daar?” Zei kabouter Druipneus.
Langzaam
kwam er een neus tevoorschijn. En toen twee ogen. Wie zou het zijn?
Mevrouw
Egel.
Het
was mevrouw Egel.
“Oh,
hallo mevrouw Egel, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg
kabouter Druipneus.
“Jouw
muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde mevrouw Egel.
“Heb
jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik
heb een lekkere warme vacht en stekels, dus een muts heb ik niet
nodig”. Zei mevrouw Egel.
Dan
ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot
ziens mevrouw Egel!”
Kabouter
Druipneus liep weer verder door het bos.
Er
waaiden allemaal bladeren in zijn baard.
Kabouter
Druipneus keek omhoog en ineens zag hij daar iets op de onderste tak
van de dikke oude eik....
Grootvader
Uil.
Het
was grootvader Uil.
“Oh,
hallo grootvader Uil, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg
kabouter Druipneus.
“Jouw
muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde grootvader Uil.
“Heb
jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik
heb lekkere warme veren, dus een muts heb ik niet nodig”. Zei
grootvader Uil.
Dan
ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot
ziens grootvader Uil!”
Kabouter
Druipneus liep weer verder door het bos.
Er
viel een eikel uit een dikke eik, boven op het blote hoofd van
kabouter Druipneus.
“Grutjes,
dat doet zeer!” Mopperde kabouter Druipneus. “Had ik mijn muts nu
maar!”
Mopperend
liep kabouter Druipneus verder.
Ineens
hoorde hij links van zich zacht gegiechel.
Wie
was dat nu weer?
Broer
Konijn.
Het
was broer Konijn.
“Oh,
hallo broer Konijn, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg
kabouter Druipneus.
“Jouw
muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde broer Konijn.
“Heb
jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik
heb een heerlijk zacht vachtje, dus een muts heb ik niet nodig”.
Zei broer Konijn.
Dan
ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot
ziens broer Konijn!”
Kabouter
Druipneus liep weer verder door het bos.
Hij
keek onder de bladeren en achter struiken, op paddenstoelen en in
konijnenholen.
Hij
keek links en rechts, omlaag en omhoog, maar nergens zag hij zijn
muts.
Plots
struikelde hij over een dennenappel.
“Grote
grutjes! Ik moet beter uitkijken!” Mompelde kabouter Druipneus.
“Inderdaad
Druipneus, straks val je nog plat op je neus!” Hoorde hij ineens
naast zich.
Snel
draaide kabouter Druipneus zich om om te kijken wie dat zei...
Ellie
Eekhoorn.
Het
was Ellie Eekhoorn.
“Oh,
hallo Ellie Eekhoorn, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg
kabouter Druipneus.
“Jouw
muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde Ellie Eekhoorn.
“Heb
jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik
heb een lekkere warme vacht en een zachte staart, dus een muts heb ik
niet nodig”. Zei Ellie Eekhoorn.
Dan
ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot
ziens Ellie Eekhoorn”
Een
beetje verdrietig sjokte kabouter Druipneus verder.
Hij
dacht dat hij zijn muts nooit zou vinden.
Droevig
ging hij op een steen zitten.
“Wat
moet ik nu zonder muts?” Dacht hij. “Straks word het winter en
dan heb ik de hele tijd een koud hoofd...”
Ineens
voelde hij een zachte kriebel op zijn kale hoofd.
Wat
was dat nou?
Sammie
de Spin.
Het
was Sammie de Spin .
“Oh,
Sammie de Spin, jij hebt zeker mijn muts ook niet gezien?”, vroeg
kabouter Druipneus droevig.
“Jouw
muts? Een rode? Met een punt er aan? Bedoel je die muts soms?” Zei
Sammie de Spin.
Sammie
de Spin wees met één van zijn acht poten naar boven.
En
daar, boven in de boom, zag Kabouter Druipneus een groot web.
En
midden in dat web hing een klein, rood puntmutsje.
“Mijn
muts!” Riep kabouter Druipneus opgetogen. “Je hebt mijn muts
gevangen in je web, hoera!”
“Nou,
gevangen”, zei Sammie de Spin, “hij waaide ineens mijn web in.
Ik
wilde hem eigenlijk net zelf op zetten, want ik kan ook best een muts
gebruiken.
Ik
heb het ook best koud in de herfst, ik heb geen lekkere zachte vacht
of veren.”
“Waarom
spin je geen muts van je spinnendraad, Sammie de Spin?” Zei
kabouter Druipneus.
“Wat
een goed idee!” zei Sammie de Spin. “Ik ga er meteen mee aan de
slag!” Zei Sammie de Spin en hij klom omhoog in zijn web.
“Oh,
Sammie de Spin, wacht even, wil je me mijn muts aangooien?” Vroeg
kabouter Druipneus.
“Natuurlijk,
daar komt ie!” Riep Sammie de Spin.
Hoepla!
De kleine, rode kaboutermuts viel uit het web, zo op het hoofd van
kabouter Druipneus.
En
heel tevreden, met een lekker warm hoofd, liep kabouter Druipneus
weer terug naar zijn paddenstoel.
En wat nu het interactieve er aan is?
Alle (pluche) dieren gaan in de vertelkoffer. Elke keer mag een kind een dier uit de koffer pakken en dan wordt het verhaaltje over dat dier gelezen. De volgorde staat dus niet vast.
Behalve het verhaaltje van de spin. Die hangt ergens in het lokaal in zijn web. Samen met de muts natuurlijk.
Best een leuke activiteit toch?
:)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten