maandag 16 september 2013

Kabouter Druipneus

Dat je collega dan vraagt of je iets wilt doen voor het herfst thema.
Tuurlijk.
Of je dan misschien iets wil doen met de vertelkoffier. Een interactief verhaaltje zoeken ofzo.
Zoeken? Das mij te veel werk.
Ik schrijf er zelf wel één.

Voila.

De dag dat kabouter Druipneus zijn muts kwijt was.

Op een dag, in het betoverde bos, werd kabouter Druipneus ergens wakker van.
Kabouter druipneus heet kabouter druipneus omdat hij altijd verkouden is.
Behalve wanneer hij niet verkouden is.
Maar goed, kabouter Druipneus werd dus ergens wakker van.
Verbaasd ging hij rechtop in zijn bed zitten.
“Grutjes! Waar werd ik nou toch wakker van?” Riep hij.
Kabouter Druipneus wist het niet.
Wat hij wel wist was dat het een raar geluid was.
Het klonk als iets dat leek op 'WHOEEEEEH' of misschien wel als 'WOEESSJJJ'.
Kabouter Druipneus besloot uit bed te gaan om te kijken of hij kon ontdekken waar het geluid vandaan kwam.
Hij rekte zich uit, stapte uit bed, deed zijn kabouterkleren aan en zette zijn kaboutermuts op.

En toen gebeurde het......

Kabouter Druipneus deed de deur van zijn paddenstoel open, hoorde een hele harde 'WHOOOOOEEEEESSSSSSJJJJJ!'
en toen...
Vloog ineens zijn muts van zijn hoofd!

Kabouter Druipneus keek verbaasd om zich heen.
Overal dwarrelden gekleurde bladeren en de toppen van de bomen gingen heen en weer en heen en weer.
Wat was er toch aan de hand?
“Grutjes!”, riep kabouter Druipneus, “nu weet ik het!
Het is vandaag herfst geworden!
Maar nu ben ik mijn muts kwijt!” Jammerde hij.
“Wat moet ik nu doen?”
Kabouter Druipneus dacht lang en diep na en besloot toen dat hij zijn muts maar ging zoeken.
Hij deed zijn warme jas aan en zijn regenlaarzen en ging op pad.
“Brr, mijn hoofd is koud, ik hoop maar dat ik mijn muts snel terug vind”, Dacht hij.
Kabouter Druipneus liep, en liep, en liep......
Ineens zag hij onder een hoopje bladeren iets bewegen....
“Hallo, wie is daar?” Zei kabouter Druipneus.
Langzaam kwam er een neus tevoorschijn. En toen twee ogen. Wie zou het zijn?

Mevrouw Egel.

Het was mevrouw Egel.
“Oh, hallo mevrouw Egel, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg kabouter Druipneus.
“Jouw muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde mevrouw Egel.
“Heb jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik heb een lekkere warme vacht en stekels, dus een muts heb ik niet nodig”. Zei mevrouw Egel.
Dan ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot ziens mevrouw Egel!”

Kabouter Druipneus liep weer verder door het bos.
Er waaiden allemaal bladeren in zijn baard.
Kabouter Druipneus keek omhoog en ineens zag hij daar iets op de onderste tak van de dikke oude eik....

Grootvader Uil.
Het was grootvader Uil.
“Oh, hallo grootvader Uil, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg kabouter Druipneus.
“Jouw muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde grootvader Uil.
“Heb jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik heb lekkere warme veren, dus een muts heb ik niet nodig”. Zei grootvader Uil.
Dan ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot ziens grootvader Uil!”

Kabouter Druipneus liep weer verder door het bos.
Er viel een eikel uit een dikke eik, boven op het blote hoofd van kabouter Druipneus.
“Grutjes, dat doet zeer!” Mopperde kabouter Druipneus. “Had ik mijn muts nu maar!”
Mopperend liep kabouter Druipneus verder.
Ineens hoorde hij links van zich zacht gegiechel.
Wie was dat nu weer?

Broer Konijn.
Het was broer Konijn.
“Oh, hallo broer Konijn, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg kabouter Druipneus.
“Jouw muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde broer Konijn.
“Heb jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik heb een heerlijk zacht vachtje, dus een muts heb ik niet nodig”. Zei broer Konijn.
Dan ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot ziens broer Konijn!”

Kabouter Druipneus liep weer verder door het bos.
Hij keek onder de bladeren en achter struiken, op paddenstoelen en in konijnenholen.
Hij keek links en rechts, omlaag en omhoog, maar nergens zag hij zijn muts.
Plots struikelde hij over een dennenappel.
“Grote grutjes! Ik moet beter uitkijken!” Mompelde kabouter Druipneus.
“Inderdaad Druipneus, straks val je nog plat op je neus!” Hoorde hij ineens naast zich.
Snel draaide kabouter Druipneus zich om om te kijken wie dat zei...

Ellie Eekhoorn.
Het was Ellie Eekhoorn.
“Oh, hallo Ellie Eekhoorn, heb jij misschien mijn muts gezien?”, vroeg kabouter Druipneus.
“Jouw muts gezien? Ikke niet!” Antwoordde Ellie Eekhoorn.
“Heb jij dan misschien een muts voor mij?” Vroeg Kabouter Druipneus.
“Ik heb een lekkere warme vacht en een zachte staart, dus een muts heb ik niet nodig”. Zei Ellie Eekhoorn.
Dan ga ik maar snel weer verder zoeken”, zei kabouter Druipneus. “Tot ziens Ellie Eekhoorn”

Een beetje verdrietig sjokte kabouter Druipneus verder.
Hij dacht dat hij zijn muts nooit zou vinden.
Droevig ging hij op een steen zitten.
“Wat moet ik nu zonder muts?” Dacht hij. “Straks word het winter en dan heb ik de hele tijd een koud hoofd...”
Ineens voelde hij een zachte kriebel op zijn kale hoofd.
Wat was dat nou?

Sammie de Spin.
Het was Sammie de Spin .
“Oh, Sammie de Spin, jij hebt zeker mijn muts ook niet gezien?”, vroeg kabouter Druipneus droevig.
“Jouw muts? Een rode? Met een punt er aan? Bedoel je die muts soms?” Zei Sammie de Spin.
Sammie de Spin wees met één van zijn acht poten naar boven.
En daar, boven in de boom, zag Kabouter Druipneus een groot web.
En midden in dat web hing een klein, rood puntmutsje.
“Mijn muts!” Riep kabouter Druipneus opgetogen. “Je hebt mijn muts gevangen in je web, hoera!”
“Nou, gevangen”, zei Sammie de Spin, “hij waaide ineens mijn web in.
Ik wilde hem eigenlijk net zelf op zetten, want ik kan ook best een muts gebruiken.
Ik heb het ook best koud in de herfst, ik heb geen lekkere zachte vacht of veren.”
“Waarom spin je geen muts van je spinnendraad, Sammie de Spin?” Zei kabouter Druipneus.
“Wat een goed idee!” zei Sammie de Spin. “Ik ga er meteen mee aan de slag!” Zei Sammie de Spin en hij klom omhoog in zijn web.
“Oh, Sammie de Spin, wacht even, wil je me mijn muts aangooien?” Vroeg kabouter Druipneus.
“Natuurlijk, daar komt ie!” Riep Sammie de Spin.
Hoepla! De kleine, rode kaboutermuts viel uit het web, zo op het hoofd van kabouter Druipneus.


En heel tevreden, met een lekker warm hoofd, liep kabouter Druipneus weer terug naar zijn paddenstoel.


En wat nu het interactieve er aan is?
Alle (pluche) dieren gaan in de vertelkoffer. Elke keer mag een kind een dier uit de koffer pakken en dan wordt het verhaaltje over dat dier gelezen. De volgorde staat dus niet vast.
Behalve het verhaaltje van de spin. Die hangt ergens in het lokaal in zijn web. Samen met de muts natuurlijk.


Best een leuke activiteit toch?

:)



Geen opmerkingen:

Een reactie posten